Meten van gevaarlijke stoffen

Meten van gevaarlijke stoffen

Opgesteld door : Imke Breedveld d.d. 26 januari 2017

De grenswaarde is een waarde die niet mag worden overschreden. Middels stofmetingen kan dit worden bepaald. Vanuit mijn rol als arbeidshygiënist binnen bedrijven word ik regelmatig gevraagd om stofmetingen uit te voeren binnen bedrijven. Met dit artikel wil ik mijn klanten en u als lezer iets meer achtergrondinformatie geven over de betrouwbaarheid van metingen.

 

Normering:

Voor het uitvoeren van metingen op de werkplek wordt op dit moment de NEN 689 uit 1995 gehanteerd. De NEN 689 geeft aan dat bij een enkelvoudige meting vanuit het aspect betrouwbaarheid getoetst moet worden aan 10% van de grenswaarde. Dit lijkt vrij steng maar is toch wel noodzakelijk vanwege de meetvariabiliteit die zich meestal in de praktijk voordoet.

Indien er drie metingen op de werkplek worden uitgevoerd kan volgens de norm met voldoende betrouwbaarheid worden bepaald dat er wordt voldaan aan de grenswaarde als alle drie de metingen kleiner of gelijk zijn dan 25% van de grenswaarde. Kortom, ook hier hanteert de NEN 689 een veiligheidsmarge van 4, maar deze ligt aanzienlijk ruimer. Indien er bij drie metingen sprake is van onderschrijding van de grenswaarde en een geometrisch gemiddelde van kleiner of gelijk dan 50% van de grenswaarde kan ook voldoende betrouwbaar worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de grenswaarde.

Juistheid versus precisie:

Valide metingen kennen een zekere mate van juistheid en precisie. Aan de hand van een dartboard kan dit het beste worden geïllustreerd.

Lognomale verdeling meetdata:

Wat veel mensen niet weten en meestal in Arbo catalogussen ook niet wordt uitgewerkt, is dat de NEN 689 nog een andere mogelijkheid biedt om te bepalen of het waarschijnlijk is dat de grenswaarde wordt onder- of overschreden. Er kan namelijk ook statistisch worden gekeken of voldoende betrouwbaar kan worden aangetoond dat de metingen lognormaal verdeeld zijn. Onderstaande figuur illustreert dit:

In dit voorbeeld zijn er zes metingen uitgevoerd en bedraagt de grenswaarde van de stof 5 mg/m3. De spreadsheet laat zien dat de metingen lognormaal verdeeld zijn en dus met elkaar samenhangen. Het geometrisch gemiddelde bedraagt 3,07 en is meer dat 50% van de grenswaarde van 5. De kans op normoverschrijding is 18,3%. Dus ondanks dat alle metingen onder de grenswaarde zijn is er toch een reële kans dat de grenswaarde wordt overschreden. Je moet in dit geval dus voorzichtig zijn om te zeggen dat de blootstelling voldoet. In dit geval is nader onderzoek nodig.

Veiligheid van huidige gezondheidskundige veiligheidsfactoren :

Zoals toegelicht hanteert de NEN 689 een gezondheidskundige veiligheidsfactor van 10 bij enkelvoudige meting en van 4 tot 2 bij drievoudige metingen. Uit literatuur blijkt dat resultaten van 8 uurs metingen in de praktijk tussen de drie- en vierduizendvoud van elkaar kunnen verschillen. Feitelijk is een gezondheidskundige veiligheidsfactor 10 zoals gehanteerd in de NEN 689 dan ook niet beschermend en betrouwbaar genoeg.

Daarom gaat de nieuwe concept richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiënisten uit 2011 uit van zesvoudige metingen. Deze richtlijn is nog niet van kracht.

Drie tot zes keer meten in plaats van één keer brengt uiteraard ook hogere kosten met zich mee. Meten is geen doel op zich. Indien bij het eerste werkbezoek blijkt dat er op voorhand nog veel gezondheidskundige verbetermaatregelen getroffen kunnen worden dan verdient het aanbeveling hier eerst invulling aan te geven. Pas indien blijkt dat er veel maatregelen getroffen zijn en het niet geheel duidelijk is of er wel of niet wordt voldaan, biedt het extra meten meerwaarde. Want dan kom je namelijk op een punt terecht waarop je moet bepalen of je verder moet investeren in vaak dure technische maatregelen of dat je met een goede overtuiging tegen de medewerkers kan zeggen dat ze met de huidige maatregelen voldoende beschermd zijn.

Kortom:

Met de NEN 689 zijn een drietal metingen per homogene functiegroep nog mogelijk. Houd er dan wel rekening mee dat het nodig kan zijn om eerste het geometrische gemiddelde van de drie metingen te berekenen of een statistisch lognormale verdeling te bepalen voordat er een uitspraak gedaan kan worden of er voldaan wordt aan de grenswaarde.

 

Literatuur: NEN 689:1995, BOSH/NvvA richtlijn:2011, Arbeid en Gezondheid:2014, IHSTAT van de AIHA