Landelijk Afvalbeheerplan ter inzage

Landelijk Afvalbeheerplan ter inzage

Opgesteld door : Imke Breedveld d.d. 26 oktober 2016

Van 26 september tot 7 november ligt de ontwerpversie van Landelijk Afvalbeheerplan ter inzage. Kort lichten wij u de ontwikkelingen toe hoe gepland is komende jaren met afval in Nederland om te gaan . Ook ontvangt u een link met de documenten en een link waar u uw commentaar kunt geven.
In december 2017 loopt LAP2 af. Vóór die tijd dient LAP3 in werking te treden. Per brief van 26 september 2016 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het ontwerp LAP 3 gepresenteerd.

Afval of niet?
Gebleken is dat er uniformering nodig is van de beoordeling van einde-afvalvragen en de manier waarop wordt omgegaan met die status. In LAP3 is een beleidslijn opgenomen waarin de definitie van afval (zich ontdoen) en de voorwaarden voor de status van bijproduct en einde-afvalstof worden verduidelijkt. Door een juist gebruik van het onderscheidt tussen afval en grondstof kunnen beperkingen van afvalregelgeving vervallen wanneer deze niet nodig zijn, maar juist van toepassing blijven wanneer dit voor sturing van stromen of bescherming van het milieu wenselijk is. Dit laatste kan het geval zijn bij de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een afvalstof, bijvoorbeeld loodoxide in beeldbuisglas. Zonder het etiket afval is het heel lastig om bepaalde toepassingen met potentieel schadelijke gevolgen te beperken. Het LAP is het document waarin dit wordt uitgewerkt.

Meer aandacht voor zeer zorgwekkende stoffen
In afvalstoffen kunnen echter zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) aanwezig zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: bijvoorbeeld pcb’s, brandvertragers, weekmakers. Steeds meer doet zich de vraag voor waar de balans ligt tussen het recyclen van grondstoffen enerzijds en het voorkomen van verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen anderzijds. In een aantal gevallen bepaalt Europese regelgeving dat recycling niet toegestaan is. Een voorbeeld is EPS (piepschuim) uit de bouw waarin in het verleden bepaalde stoffen als brandvertrager zijn verwerkt die nu niet meer op de markt mogen worden gebracht. Voor de overige gevallen is in LAP3 een kader opgenomen om van geval tot geval een afweging te kunnen maken.

Dynamisch LAP
Wijziging van het LAP kost tijd. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen niet altijd direct een plek kunnen krijgen in het LAP. In het nieuwe ontwerp LAP 3 is meer ruimte gemaakt voor experimenteerruimte. Denk hierbij aan het doen van testen in de praktijk voor een periode van tot negen maanden en hierbij te mogen afwijken van de in de vergunning voorgeschreven emissiegrenswaarden of technische maatregelen. Ook wordt er juridisch nu mogelijk om de informatieve teksten van het LAP te wijzigen / actualiseren zonder dat het gehele LAP aangepast moet worden.

Aanscherping en verduidelijking beleid
Het beleidskader van LAP3 is op veel punten aangescherpt en/of verduidelijkt. Dat recycling in het algemeen de voorkeur verdient boven verbranden is wel helder. Daarnaast geldt dat de ene vorm van recycling meer toekomstgericht is dan de andere. Kunststof afval kan bijvoorbeeld worden opgewerkt tot de oorspronkelijke kwaliteit, maar ook als mengsel worden toegepast. Als dit toegepaste mengsel maar één keer kan worden gerecycled, dan heeft het de voorkeur om het afval op te werken tot de oorspronkelijke kwaliteit zodat het materiaal meermalen kan worden gerecycled. In LAP3 worden de eerste stappen gezet om te komen tot een onderscheid tussen vormen van recycling en om hier (op termijn) op te gaan sturen.

Door het scheiden van gemengde afvalstoffen kunnen monostromen (deelstromen die vrijwel volledig uit één component of materiaal bestaan) worden verkregen die zowel kwalitatief als kwantitatief geschikt zijn voor recycling. Hiervoor wordt onderscheid gemaakt tussen bron- en nascheiding. In veel gevallen ligt de keuze voor bronscheiding voor de hand, maar soms kan met nascheiding hetzelfde resultaat worden bereikt. In LAP3 is een afwegingsmethodiek opgenomen voor de keuze tussen bron- en nascheiding tijdens de inzameling van huishoudelijk afval en bij het gescheiden houden van kleine hoeveelheden bedrijfsafvalstoffen. Voor een aantal afvalstromen is in het ontwerp LAP3 de minimumstandaard voor verwerking van de betreffende afvalstof verhoogd. Dit geldt bijvoorbeeld voor shredderafval, dakafval en kunststof.

Inspraak:
Dit waren op hoofdlijnen de belangrijkste wijzigingen. De inspraakprocedure die loopt tot en met 7 november 2016 kunt u vinden op de website van Rijkswaterstaat Ministerie Infrastructuur en Milieu.
http://www.lap2.nl/uitvoering-lap/inspraakprocedure/

Het beleidskader en de sectorplannen landelijk afvalbeheerplan 2017 tot 2029 treft u aan via:
http://www.lap2.nl/publish/pages/114274/lap3_beleidskader_compleet_inspraakversie_final.pdf
http://wetswegwijzer.nl/lap3/LAP3_Deel-E_Sectorplannen_inspraakversie_(final).pdf
Bron: kamerbrief d.d. 26-9-2016 inzake Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP 3), Ministerie van Infrastructuur en Milieu